Liquefied Natural Gas

Liquefied Natural Gas (LNG) is een heldere, kleurloze vloeistof die ontstaat als aardgas tot -162 º C wordt afgekoeld. In vloeibare vorm neemt LNG ongeveer 600 keer minder volume in dan gewoon aardgas, waardoor het zeer efficiënt kan worden opgeslagen en getransporteerd. Vooral voor transport over lange afstand is LNG een goed alternatief voor gastransport per pijpleiding.

LNG is niet giftig of corrosief, volledig geurloos en staat niet onder druk. Vanwege de extreem lage temperatuur kan het ook niet ontbranden. Als het verdampt en weer gasvormig wordt, is het net als aardgas uit een gasfornuis. LNG is wel brandbaar wanneer het na verdamping vrijkomt in de lucht. LNG kan alleen branden bij een bepaalde lucht-gasverhouding. Daarom wordt in wet- en regelgeving veel aandacht geschonken aan voorschriften op het gebied van adequate ventilatie.

Vloeibaar petroleumgas (LPG) wordt vaak verward met LNG en andersom. LPG (Liquified Petroleum Gas) bestaat hoofdzakelijk uit propaan (C3H8 ) en butaan (C4H10) en wordt vooral gebruikt voor huishoudelijke en commerciële toepassingen (ook personenauto’s). LPG wordt vloeibaar gehouden door het onder verhoogde druk te houden. LNG heeft een normale druk (de gewone atmosferische druk) en wordt vloeibaar gehouden bij een zeer lage temperatuur (circa -162 ºC). De eigenschappen van LPG zijn heel anders dan die van LNG: aardgas is lichter dan lucht en verspreidt en verdunt daarom snel – in tegenstelling tot de LPG componenten die zwaarder zijn dan lucht. De opslag van LPG gebeurt onder druk, terwijl LNG bij atmosferische druk wordt opgeslagen bij een zeer lage temperatuur. Dit resulteert in de toepassing van heel andere materialen (andere materiaaleigenschappen, dikte, isolaties). Door deze verschillen zijn de procedures en normen om te werken met LNG anders dan die van LPG.

LNG-tankers brengen het LNG bij Gate terminal.

Door het vloeibare LNG op te warmen naar omgevingstemperatuur wordt het weer gasvormig. Vervolgens gaat het naar eindgebruikers via het leidingennetwerk van Gasunie. Een deel van het vloeibare LNG wordt via vrachtwagens, binnenvaartschepen, coasters en zeeschepen afgevoerd.

Het vloeibaar maken van aardgas is een kwestie van extreme afkoeling, tot ruim -162 º C. Dat kost ongeveer 10% van de hoeveelheid aardgas die vloeibaar wordt gemaakt. Om dus 100 m 3 aardgas vloeibaar te maken, is ongeveer 10 m 3 aardgas nodig. Deze hoeveelheid aardgas wordt direct bij de bron betrokken, wat kostenefficiënt is.

Ja, het kan energie kosten om LNG vloeibaar te houden. De vloeistof warmt op en begint te koken. Door het koken wordt er warmte onttrokken aan de vloeistof en blijft deze koud. Het afkokende gas (BOG, Boil Off Gas) wordt afgevangen en uitgezonden. Dit gas bevat een bepaalde hoeveelheid energie die nodig is om LNG vloeibaar te houden. Bij een hoge send-out wordt de BOG gecondenseerd, wat geen energie kost.

Dat kost geen extra energie. Het LNG wordt in een warmtewisselaar weer gasvormig gemaakt. Zo’n warmtewisselaar is eigenlijk een omgekeerde verwarmingsradiator. Het LNG wordt door de radiator (warmtewisselaar) geleid en door het vergroten van het oppervlak neemt het via het metaal warmte uit de omgevingslucht op.

Dat kost bij Gate terminal geen extra energie. De warmte die nodig is om LNG weer op te warmen en gasvormig te laten worden, is restwarmte van bedrijven in de buurt, vooral de elektriciteitscentrale van Uniper. Als Gate terminal deze warmte niet zou gebruiken, zou het in de koelwaterbassins afkoelen aan de buitenlucht.

LNG komt vooral uit gebieden waar grote hoeveelheden aardgas zijn ontdekt, zoals Noord-Afrika, het Midden-Oosten en West-Indië. Voorbeelden van LNG-producerende landen zijn Noorwegen, Rusland, Nigeria, Algerije, Egypte, Oman, Qatar, Indonesië, Maleisië en Australië.

Nadat het gasvormig is gemaakt, gaat het LNG via het gasnetwerk naar afnemers in Nederland en elders in Europa. Vloeibaar LNG gaat vooral naar pompstations, zee- en binnenvaartschepen in Nederland en Noordwest-Europa.

Nederland wil een centrale rol blijven spelen bij de handel in gas. Dankzij de productie en opslag van gas en het netwerk van pijpleidingen heeft Nederland al een sterke uitgangspositie. Door nieuwe pijpleidingverbindingen naar bijvoorbeeld Groot-Brittannië en vanuit Rusland, maar ook met LNG-terminals, is deze positie te versterken. Hiermee is de Nederlandse gasrotonde compleet. Mede omdat de afhankelijkheid van import toeneemt, draagt een LNG-terminal effectief bij aan de betrouwbaarheid en continuïteit van de gasvoorziening.

Er wordt al veel gas per pijpleiding vervoerd vanuit omliggende landen naar Nederland. Vloeibaar aardgas neemt aanzienlijk minder volume in dan in gasvormige toestand (de benodigde opslagruimte is 600 keer kleiner!). Dat maakt het mogelijk om het over grote afstanden te transporteren. Dit is een
belangrijke ontwikkeling gebleken voor landen die wél beschikken over grote aardgasreserves, maar niet over een leidinginfrastructuur naar een consumentenmarkt. Bovendien kan aardgas dat wordt geproduceerd als bijproduct van de oliewinning, en dat voorheen in zeer grote hoeveelheden werd afgefakkeld, op deze manier nuttig worden gebruikt. Daarnaast is het zo dat de verwachte vraag getemperd wordt door toenemende efficiëntie in het gebruik van gas in bijvoorbeeld huishoudens.

  • Voor de export vanuit Gate terminal naar kleinere ontvangstterminals, bijvoorbeeld in de Oostzee-regio.
  • Als bunkerbrandstof voor zeeschepen
  • Als bunkerbrandstof voor binnenvaartschepen
  • Als brandstof voor trucks
  • Door industrieën die geen aansluiting op het gasnet hebben en nu vaak nog olie of propaan gebruiken voor hun energievoorziening.
  • LNG als brandstof heeft positieve milieu- en gezondheidseffecten. Bij de verbranding van aardgas komen veel minder fijnstof, stikstof, zwavel en andere emissies vrij. In plaats van diesel levert LNG als transportbrandstof een potentieel gebruik op van twee tot drie miljoen ton op de Nederlandse markt in 2030. Dit leidt tot de volgende reducties: tot 25% CO 2 emissie,
    100% zwaveldioxide, bijna 90% stikstofoxide en 400 tot 600 ton fijnstof per jaar.
  • Gasmotoren die LNG gebruiken zijn stiller dan dieselmotoren. Het verschil in geluidsniveau is dusdanig groot dat vrachtwagens met LNG als brandstof ’s nachts kunnen worden ingezet voor distributie waar zij nu alleen overdag zijn toegelaten om geluidshinder te voorkomen.
  • Sinds 2015 zijn de normen voor zwaveluitstoot in de Europese en Amerikaanse kustwateren strenger. De Sulphur Emission Control Area (SECA) wetgeving maakt het noodzakelijk voor nieuw te bouwen schepen om motoren te bestellen met LNG als brandstof. Ook de International Maritime Organisation (IMO) heeft recent wereldwijd strikte eisen gesteld aan de uitstoot van schepen.
  • Er zijn grote kostenbesparingen te bereiken voor het brandstofgebruik in schepen, omdat 80% van de operationele kosten van een schip uit brandstofkosten bestaat. LNG is een goedkopere en schonere brandstof.

Nee, op dit gebied loopt Europa achter ten opzichte van bijvoorbeeld Azië. Wereldwijd rijden inmiddels 27,8 miljoen auto’s op aardgas. In China en de VS rijden duizenden vrachtwagens op LNG, in Nederland ongeveer vijfhonderd. Een tiental binnenvaartschepen vaart op LNG.

De milieueisen voor de transportsector worden steeds strenger. Motoren moeten schoner, zuiniger en stiller zijn en de binnen- en zeevaart in het Noord- en Oostzeegebied moeten sinds 2015 voldoen aan strenge zwavelnormen.

Hoewel het een fossiele brandstof is, levert LNG in plaats van olie-gebaseerde brandstof direct een besparing op in emissies. Te zijner tijd kan fossiel LNG worden vervangen door LNG uit biomassa die afkomstig is van organische reststromen of door andere vormen van hernieuwbare LNG. Overschakeling op LNG past daarom in de transitie naar een volledig duurzame energievoorziening.
In de tussentijd is LNG als transportbrandstof een schoner en betaalbaar alternatief voor diesel en stookolie.

Gate terminal opereert onafhankelijk. Dat betekent dat partijen die actief zijn op de gasmarkt doorvoercapaciteit in de terminal kunnen contracteren. Dit zullen overwegend langetermijncontracten zijn voor significante hoeveelheden gas per jaar. Gebruikers kunnen energiebedrijven zijn, maar ook producenten die zelf hun producten verkopen.

De functies van de LNG-terminal zijn: aanvoer, een buffer tussen aanvoer en continue aanlevering van aardgas, verdamping en afvoer. Op de terminal wordt LNG gasvormig gemaakt en op druk gebracht voor levering aan het Nederlandse gastransportnet.

De opslag van LNG vindt plaats in speciaal hiervoor ontworpen grootschalige ‘full containment tanks’. Zo’n tank bestaat uit een metalen binnentank en een volledig betonnen buitentank. Een thermische isolatie tussen de stalen binnentank met LNG en de betonnen buitentank beperkt het afdampen van LNG tot circa 0,07% van de tankinhoud per dag. Deze dampen worden opgevangen en gemengd met het gas dat wordt uitgezonden in het gaspijpleidingsysteem.

Gate terminal beschikt over drie opslagtanks, drie aanlegsteigers, drie laadplaatsen voor vrachtwagens en een omgeving waar LNG wordt omgezet in aardgas. Gate werkt in opdracht van klanten die eigenaar zijn van het LNG en biedt de volgende services: Ontvangst en lossen Voordat een LNG-schip begint met lossen, wordt een uitgebreide veiligheidschecklist afgewerkt. Vanuit het schip wordt het vloeibare gas via een losinstallatie en een pijpleiding overgepompt naar de opslagtanks. Een dampretoursysteem zorgt daarbij dat in geen van de tanks onder- of overdruk kan ontstaan. Daardoor verloopt het overpompen efficiënt en veilig.
Opslag en inkoelen
De LNG wordt tijdelijk opgeslagen in zeer goed geïsoleerde tanks. Het product kan worden ingekoeld door de LNG-damp af te zuigen, waardoor de temperatuur in de tank daalt. Deze damp wordt vervolgens toegevoegd aan het gas dat via de gaspijpleiding wordt uitgezonden.
Verwarming en uitzending van gas
De LNG wordt uit de tanks gepompt en op druk gebracht. Daarna wordt het verwarmd, gasvormig gemaakt en verlaat het als aardgas de terminal via een ondergrondse leiding. Deze sluit aan op het gastransportnet voor verdere distributie naar huishoudens en industrie in Nederland en Noordwest-Europa.
Laden in kleine schepen en trucks (‘small scale’)
Het laden van LNG in kleine schepen en trucks voor distributie naar de kleinere terminals, benzinestations en grotere schepen waar het als brandstof wordt gebruikt.
Terugladen
Het terugladen van LNG naar grote schepen, zodat klanten van Gate de LNG op de wereldmarkt kunnen verhandelen.

Gasunie heeft al ruim dertig jaar een LNG-peakshaving faciliteit in de Rotterdamse haven en is daardoor bekend met het product LNG. Vopak biedt opslagfaciliteiten voor verschillende producten, waaronder ook producten die bij lage temperaturen of onder druk moeten worden opgeslagen. Kennis van LNG en opslag van producten is daarom aanwezig bij de combinatie Vopak en Gasunie.

Nee, de locatie van Gate terminal is destijds zodanig gekozen dat de veiligheid van de scheepvaart gewaarborgd is en de LNG-schepen geen overlast veroorzaken.

De LNG-haven is afgescheiden van het doorgaande scheepvaartverkeer en zo aangelegd dat deze met korte eenvoudige manoeuvres kan worden bereikt. Daarnaast beschikt de haven van Rotterdam over een modern Verkeersmanagement (VTS) en een hoog niveau van nautische dienstverlening (loodsen, sleepdiensten en roeiers). De haven is volledig ingericht op een professionele handhaving van de veiligheidsnormen. Er worden strenge veiligheidsprocedures toegepast. Net als aan vervoer van andere gevaarlijke stoffen stelt de overheid ook strenge eisen aan het vervoer van LNG.

Veiligheid staat in elke fase van het proces bij Gate terminal voorop. Gate terminal hecht veel belang aan zowel veiligheid als milieu. De partners voeren een strikt beleid op het gebied van veiligheid, gezondheid en milieu. De veiligheid kan worden gegarandeerd, omdat de LNG-industrie al sinds begin jaren zeventig standaard codes heeft opgesteld en rekening houdt met veiligheid bij het ontwerpen van de apparatuur. De LNG-industrie heeft daardoor een uitstekende reputatie opgebouwd op het gebied van veiligheid. Het beleid van de terminal is gericht op ‘geen schadelijke emissies’. De producten aardgas en LNG worden wereldwijd gezien als energiedragers met een geringe milieubelasting. Ook het ‘track record’ van deze producten op het gebied van veiligheid is goed.

LNG is vloeibaar gemaakt aardgas en net als aardgas uit het gasnetwerk de schoonste fossiele brandstof die beschikbaar is. Bij gebruik van LNG als brandstof in kleinschalige toepassingen, zoals transport of voor afgelegen industrie, komt dus minder CO 2 vrij dan bij olieproducten en vrijwel geen stikstof en fijnstof. Daarnaast is het een volledig zwavelvrije brandstof. LNG is dus een betaalbaar en schoner alternatief voor olieproducten.

LNG wordt al vanaf de jaren zestig per schip vervoerd en sinds die tijd zijn er geen ernstige incidenten geweest. LNG-schepen dienen zich 24 uur voor aankomst te melden bij de Havenmeester en zijn verplicht een loods aan boord te nemen. Dit geldt overigens voor alle zeeschepen die gevaarlijke stoffen vervoeren. Daarnaast schrijft onder meer het Havenreglement voor dat uitsluitend LNG-schepen het LNG-bassin in mogen varen. Andere schepen worden niet toegelaten. De schepen worden bovendien periodiek gekeurd om na te gaan of ze nog aan de strenge veiligheidsnormen voldoen. Zonder deze periodieke keuring mogen de schepen geen LNG laden bij onze overslaginstallatie.

Met een speciaal LNG- bassin, waar alleen LNG-schepen en LNG gerelateerde schepen mogen varen, brengen we het aanvaringsrisico tot het minimum. In de vijftig jaar dat LNG per schip wordt vervoerd, hebben zich nog nooit ernstige ongelukken voorgedaan, waarbij sprake was van grote lekkages. Niettemin is in de Milieu Effect Rapportage (MER) nagegaan wat de mogelijke gevolgen zouden kunnen zijn als zich een ongeluk voordoet. Het Maritime Research Instituut (MARIN) in Wageningen heeft uitgebreid onderzoek gedaan naar de kans dat een LNG-schip een aanvaring krijgt op weg naar de steiger van de LNG-terminal. De onderzoeksrapportage is als bijlage bij het MER gevoegd. Uit de studie blijkt dat de kans op een aanvaring vooral aanwezig is op de ankerplaats, in de Eurogeul (beiden buitengaats) en bij het indraaien van het Beerkanaal en de LNG-haven. Op de afmeerplaats is lekkage van LNG door een aanvaring uitgesloten (kop-kopaanvaringen en oploopaanvaringen zijn in de LNG-haven hoogst onwaarschijnlijk). De kans op het vrijkomen van LNG in de nabijheid van industrie en woningen is voor de omgeving dan ook zeer klein. Het ligt in een orde van grootte van maximaal 2,5 x 10-10 per schip, ofwel een kans van 1 op 4 miljard.

LNG zal onmiddellijk verdampen als het vrijkomt, omdat het door de omgeving opwarmt. Het mengt zich niet met water, blijft niet drijven en kan ook niet in de grond trekken. Voordat het kan branden, moet het eerst verdampen en moet de verhouding LNG-lucht precies goed zijn, namelijk tussen de vijf en vijftien procent van de lucht moet uit aardgas bestaan. Bij te veel of te weinig aardgas is het onbrandbaar. Of deze verhouding goed is, is onder meer afhankelijk van het weer. Als het waait, vervliegt aardgas en zal niet de goede verhouding ontstaan. Bovendien moet er ook een ontstekingsbron zijn. LNG zal nooit spontaan ontbranden.

De schepen waarin LNG wordt vervoerd, hebben dubbele wanden waardoor het risico van lekkage bij aanvaringen minimaal is. Mocht dit toch gebeuren en stroomt er LNG het water in, dan zal de koude vloeistof onmiddellijk opwarmen door de omgevingstemperatuur en het warmere water en als gaswolk opstijgen en verwaaien. Het LNG zal niet oplossen of zich vermengen met water, maar als gas verdwijnen omdat het lichter dan lucht is. Rondom de lekkage zal een wolk te zien zijn. Dit is geen gaswolk, maar condenserende waterdamp door de kou die vrijkomt uit de LNG. Het brandbare aardgas is hieruit al opgestegen. In de MER is voor diverse weersomstandigheden berekend hoe ver eventuele effecten reiken in geval van een aanvaring. In de meest ongunstige situatie, waarbij de gaswolk niet direct ontsteekt, is de effectafstand voor locaties bij het Beerkanaal en de Yangtzehaven bijna 1.500 meter. Afhankelijk van de windrichting is op die afstand de concentratie van het gas in de lucht teruggebracht tot onder de ontstekingsgrens. Bovendien zal een eventuele gaswolk opstijgen, omdat gas lichter is dan lucht. Daarmee vervalt het benedenwindse risico vrijwel geheel.

De handelingen tijdens de overslag worden beperkt tot een minimum. Ook op basis van procedures en automatisering zijn de risico’s uiterst gering. De LNG-schepen komen bij Gate terminal in een afgescheiden kanaal te liggen. Dit ‘Kleine beer-kanaal’ is niet toegankelijk voor zwaardere of grotere schepen. Bovendien ligt er een klein eiland als een natuurlijke barrière tussen de aanvoerroute en Gate terminal. Deze lopen dan gegarandeerd aan de grond, aangezien slechts een diepte van 14 meter voorzien is. Verder is er sprake van beloodsing met goed getrainde loodsen en het gebruik van sleepboten, zodat Havenbedrijf Rotterdam de kans op aanvaring aanvaardbaar laag acht. Het leidingwerk voor het LNG-transport naar de tanks wordt permanent koud gehouden. Na het veilig afmeren, wordt eerst de communicatie tussen wal en schip aangesloten. Na zekerstelling volgt aankoppeling van de laadarmen. Als alles is gecheckt, worden de armen gekoeld, zodat het lossen kan beginnen. Mocht er onverhoopt toch wat gebeuren, dan is een groot aantal beveiligingen ingebouwd, zoals automatische stops op de lospompen, automatisch sluiten van de kleppen en armen die bij gevaar voor te ver uittrekken geprogrammeerd zijn en droog (zonder het vrijkomen van LNG) losbreken. Van te voren worden uitgebreide checklists doorgenomen. Dit vindt niet alleen plaats bij Gate terminal, maar gebeurt wereldwijd.

Ja, het gebruik van LNG als transportbrandstof is beslist veilig. Wereldwijd is het al lang een geaccepteerde brandstof voor het gebruik in trucks, auto’s en schepen. De industrie heeft een uitstekende veiligheidsreputatie opgebouwd in de meer dan vijftig jaar dat LNG wordt gebruikt.